Routekaart Energie uit water
June 06. 2020 • Category: Politiek

TNO/ ECN voert in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een onderzoek uit naar de potentie van technieken om energie uit water te winnen. Dit onderzoek moet leiden naar een routekaart Energie uit Water. Primair wordt gekeken naar de handelspositie op de markt. Systeemkosten worden niet gewogen.
Van elke technologie wordt gewogen wat de invloed kan zijn voor het transitie traject en hoe snel deze tot wasdom kunnen komen. Daarnaast wordt ingeschat wat de omvang zou kunnen zijn van de export van de technologie. In het najaar van 2020 zal er een rapport verschijnen waarmee via het ministerie van EZK de kamer zal worden geïnformeerd. Op grond hiervan wordt beleid geformuleerd in welke mate een specifieke technologie ondersteuning zal krijgen. Het betreft de volgende technieken:

- Golf Energie (0ndermeer het bedrijf slow mill)
- Vliegers onder water (het Nederlandse bedrijf Seaqurrent)
- Singel turbines onder water op zee en in rivieren (Tocardo turbines Marsdiep)
- Stroomopwekking uit stuwen (Tocardo - Oosterschelde) (rivieren)
- Elektriciteit winning uit wateren waar zoet en zout water elkaar ontmoeten (Redstack in de afsluitdijk)
- Powerdammen in zee (Dtp Netherlands)
- Deltares
- Universiteiten/ onderzoeksinstellingen (zoals Witteveen en Bos), die zich met dit onderwerp bezig houden
- Bedrijven, die op dit gebied werkzaam zijn en technologie ontwikkelen
- Ook DTP Netherlands is uitgenodigd om deel te nemen aan de werkconferenties in juni en oktober en input te leveren.
- Al achtergrond informatie is gebruik gemaakt van”
- de studie van Witteveen en Bos (Elektriciteit uit water)
- scenario studie van Berenschot en Kalavasta (Klimaat neutrale toekomstscenario’s 2050)
- De technologieën worden middels het model Competes van PBL gewogen op aantrekkelijkheid voor de energietransitie. Met het model worden de elektriciteitsproductie, elektriciteitsprijzen, handel in elektriciteit, welvaartseffecten en CO2-emissies berekend voor de individuele Europese landen. Het model geeft resultaten op uur basis. De berekeningen zijn gebaseerd op aannames over de vraag naar elektriciteit, de productie van elektriciteit uit zon en wind en, voor Nederland, de productie van decentrale WKK-eenheden. Andere informatie die nodig is voor de berekeningen zijn verwachtingen over de toekomstige ontwikkeling van de brandstof- en CO2-prijzen en over de omvang van de netwerkverbindingen tussen de verschillende landen.
Natuurorganisaties die het leven in zee willen beschermen worden door DTP-Netherlands in de ontwikkeling betrokken.

